2012

Levensverwachting & Dood

Een blog met een beetje een zwarte titel. Of in ieder geval een titel met een bepaalde lading. Ik wilde er eens een stukje over schrijven omdat ik merk dat ik er vaak vragen over krijg en ik ben ook benieuwd of mijn ‘lotgenoten’ deze vraag ook krijgen en hoe zij hiermee omgaan…

Voordat je dit gaat lezen… Ik heb dit blogje geschreven over het ‘genot’ van wat foute feestmuziek van o.a. de Apres ski hut op youtube. Dan weet je hoe serieus ik schrijf… Ahum!

Dood. Net als de titel een woord met een landing. Niet echt een gemakkelijk onderwerp. Als mensen mij vragen naar mijn levensverwachting zeg ik meestal het volgende: ‘Voor zover ik weet kan ik gewoon 100 worden, tenzij er zich ernstige ontstekingen gaan voordoen in bijvoorbeeld mijn hart, longen en/of nieren. Dan zou eventueel de levensverwachting anders kunnen maken. Maar voor nu weet ik niet beter dan dat ik gewoon hartstikke oud kan worden.’ Daarna is het voor mij altijd even afwachten wat er volgt…
De reacties kan ik tot nu toe onderverdelen in drie groepen:

Groep 1: Deze mensen slaken een zucht van bevrijding alsof ze net zelf hadden gehoord dat hun ziekte de levensverwachting niet in gevaar brengt. Met een daarop volgende über opgeluchte ‘gelukkig maar!!’
Groep 2: Deze mensen beginnen over hoe erg het zou zijn voor mijn ouders als ik dood zou gaan want ja ze hebben maar één dochter (Alsof dat uitmaakt? Of je nou één kind hebt of tien kinderen volgens mij is het verdriet altijd even groot… maar vooruit iedereen zijn ding.) Of hoe één van hun verre familieleden of kennissen ook iets had wat precies lijkt op dat wat ik heb en die ging wél dood terwijl ze hadden gezegd dat het geen dodelijke ziekte was. Oftewel pas op dat je niet alsnog per ongeluk wél een beperkte levensverwachting hebt.
Last but not least groep 3: Dit zijn de mensen die na een stukje van mijn verhaal meteen concluderen dat als zij zo moesten leven ze liever direct dood waren geweest of zelfmoord zouden plegen. En nee dat overdrijf ik niet. Die reacties heb ik écht gehad.

Ondanks dat mijn ziekte niet direct zoveel met dood te maken heeft is het verassend hoeveel mensen er naar vragen of er iets over zeggen op wat voor manier dan ook. Ik luister inmiddels ongeveer vijf jaar naar meningen over dood en hoe dat op mij van toepassing is en ik verbaas me eigenlijk over álle reacties tot nu toe. Laat ik beginnen bij groep 1. Ik vraag me bij deze groep vaak af wat eigenlijk belangrijker is: Levensverwachting of kwaliteit van leven? Als ik mocht kiezen heb ik liever nu kwaliteit van leven met beperkte levensverwachting dan dat ik als kasplantje 100 mag worden. Oftewel liever 50 goeie dan 100 slechte jaren. Meestal zeg ik ook tegen deze groep mensen dat ik liever kijk naar de kwaliteit van leven nú op dit moment en dat levensverwachting iets is waar ik mij niet zo druk over maak. Want uiteindelijk is levensverwachting toch voor niemand een zekerheid.

Bij groep 2 weet ik nooit zo goed hoe ik mijn gezicht moet houden. Groep twee maakt me meestal erg bang met hun ‘ervaringsverhalen’ over familie en kennissen. Of juist ongemakkelijk want wat moet je zeggen of hoe moet je kijken als iemand tegen je zegt dat ik mijn ouders wel heel veel verdriet zou bezorgen als ik dood zou gaan. Net alsof ik het voor mijn lol zou doen ofzo!? Laatst zei iemand letterlijk dat als één van haar kinderen zou overlijden het minder erg was want ze had er nog twee. Mijn ouders hebben maar één. Dat zou vele malen erger zijn. Dan vraag ik je… wat moet je dan?

Dan de last but not least groep. Groep 3. Laat het duidelijk zijn dat deze mensen serieus grensverleggend bezig zijn. En dan bedoel ik niet grensverleggend goed maar grensverleggend fout! Nederland is een vrij land dus je mag denken en zeggen wat je wilt maar misschien moeten deze mensen het in dit geval maar even niet zeggen. Of misschien dan maar zeggen tegen een 3e partij die er los van staat. In ieder geval niet tegen een persoon die nauw betrokken is bij de situatie of tegen de persoon die zelf in de situatie zit. De momenten dat ik dit heb meegemaakt heb ik vooral heel verbaasd staan kijken en deze mensen daarna alleen gelaten met hun geweldige ‘positieve’ manier van denken. Inleven in je gesprekspartner kent duidelijk ook zijn grenzen. Van beide kanten in dit geval.

De eerste keer dat iemand mij de vraag over levensverwachting stelde schrok ik heel erg en was ik er verdrietig van achteraf. Nu vijf jaar later hoort het er voor mij gewoon bij en ben ik er redelijk aan gewend. Tenzij de vragende persoon in groep 3 zit. Ik ben nu persoonlijk wel erg benieuwd naar de ervaringen van mijn ‘lotgenoten’ hierin…

Tip: voor degene die hét me nog wilde vragen weet nu natuurlijk het antwoord al maar kan eventueel ook alvast aflezen wat handig is om wel en niet te zeggen als ie het toch nog graag aan mij persoonlijk wil vragen.

Liefs Tineke

Laat een antwoord achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.